AMMONIAKEMISSIE IN DE PLUIMVEEHOUDERIJ VERLAGEN:
WAT WERKT IN DE PRAKTIJK?
Wat leveren ingrepen rond strooisel, voeder, huisvesting en mestbeheer écht op? Onderzoekers presenteerden praktijkervaringen en meetresultaten uit langdurige proeven bij vleeskuikens en leghennen, met oog voor haalbaarheid op bedrijfsniveau.
Tijdens de studievoormiddag op 21 april op het Proefbedrijf Pluimveehouderij presenteerden onderzoekers Kris De Baere en Peter Bleyen de resultaten van het RAMBO-project. Ze onderzochten welke maatregelen de ammoniakemissie bij vleeskuikens en leghennen kunnen verminderen, met aandacht voor praktische haalbaarheid, dierenwelzijn, kostprijs en technische resultaten.
Sterk effect door ingrepen op mest en strooisel
Uit het onderzoek blijkt dat vooral maatregelen die rechtstreeks ingrijpen op mest en strooisel een groot reductiepotentieel hebben. Andere maatregelen hebben slechts een beperkt effect of kunnen de emissie zelfs verhogen.
Met vlaspulver als strooisel: gemiddeld 20% minder emissie
Dit strooisel bestaat uit vlaslemen die fijn vermalen zijn, dan geperst in een pellet en vervolgens gedeeltelijk terug verkruimeld. Het instrooien van vleeskuikenstallen met deze vlaspulver leidde gemiddeld tot een 20% lagere emissie dan bij stropulver (vergelijkbaar type strooisel o.b.v. tarwestro).
Aangezuurd strooisel: sterk effect, maar met aandachtspunten
In vleeskippenstallen zijn twee types aangezuurd strooisel getest.
- Strooisel aangezuurd met 1% fosforzuur had geen effect op de ammoniakemissie.
- Strooisel aangezuurd met 20% natriumbisulfaat zorgde daarentegen voor een aanzienlijke reductie, met piekreducties van 80 tot 90%. Het effect was het grootst kort na het instrooien. Extra bijstrooien tijdens de ronde leverde geen bijkomend voordeel op.
De onderzoekers stelden tegelijk vast dat dit strooisel sneller dichtslaat en dat er meer voetzoollaesies voorkomen. Dat toont aan dat deze maatregel voldoende aandacht vraagt voor dierenwelzijn en aangepast management.
Ook in volièrestallen bij leghennen testten de onderzoekers strooisel aangezuurd met natriumbisulfaat. Na het instrooien daalde de emissie duidelijk, maar na enkele weken nam het effect sterk af en verdween het volledig. Bijstrooien zorgde tijdelijk opnieuw voor een reductie. De onderzoekers benadrukken dat verder onderzoek nodig is naar de juiste frequentie en hoeveelheid bijstrooien.
Zeolieten: effect hangt af van manier van toepassing
Bij vleeskuikens is de toevoeging van het zeoliet ‘Actionine’ op verschillende manieren getest.
- Inmenging in het voeder (2%) had geen effect.
- Tijdens de ronde regelmatig kleine hoeveelheden uitstrooien (5 à 6 keer per ronde) over de strooisellaag leidde zelfs tot een 20-25% hogere emissie.
- Een eenmalige toediening van een grotere hoeveelheid leidde wel tot een een emissiereductie van 15%.
Bij leghennen is de toevoeging van het zeoliet ‘Clinoptilotiet’ over de strooisellaag getest.
- Herhaaldelijk kleine hoeveelheden toedienen gaf geen reductie.
- Terwijl het eenmalig uitstrooien van een grotere hoeveelheid net na het verwijderen van de strooisellaag (om de zes weken) resulteerde in een reductie van 9%.
Zowel bij Actionine als ‘Clinoptiloliet’ blijkt het effect dus sterk afhankelijk van de manier van toediening.
Voedermaatregelen wisselende resultaten
Bij vleeskuikens onderzochten de onderzoekers van Proefbedrijf Pluimveehouderij naast zeolieten ook andere voedermaatregelen, zoals de toevoeging van leonardiet, het verlagen van het eiwitgehalte en het aanpassen van de elektrolytenbalans.
- De toevoeging van leonardiet leidde tot een ammoniakreductie van 13%.
- Een lager eiwitgehalte zorgde voor duidelijk droger strooisel.
- Bij een lage elektrolytenbalans maten de onderzoekers naast droger strooisel ook een hogere pH in de strooisellaag.
Deze effecten zorgen ervoor dat ammoniak makkelijker vervluchtigt, waardoor de emissie hoger uitvalt. Bovendien hadden deze maatregelen ook negatieve gevolgen voor kostprijs en technisch resultaat.
Huisvesting: grote verschillen in emissie tussen systemen
Het huisvestingssysteem beïnvloedt de ammoniakemissie in leghennenstallen sterk. In volières ligt de emissie aanzienlijk hoger dan in een verrijkte kooisysteem. Het Code2+ systeem scoort iets hoger dan een klassiek kooisysteem, maar blijft duidelijk lager dan volières.
Mestbanden frequenter afdraaien loont
Een hogere frequentie van het afdraaien van mestbanden blijkt bijzonder doeltreffend. Bij leghennen in verrijkte kooien zorgde
- drie keer per week afdraaien voor een gemiddelde ammoniakreductie van 65% tegenover één keer per week,
- en twee keer per week afdraaien resulteerde in een reductie van 44%.
Deze resultaten tonen dat relatief eenvoudige managementmaatregelen een grote impact kunnen hebben, zonder bijkomende investeringen.
Strooiselverwijdering in volières: beperkte meerwaarde
Het frequenter verwijderen van de strooisellaag in volières (om de twee weken in plaats van om de zes weken) leverde slechts een beperkte extra ammoniakreductie op van 8 à 9%. Volgens de onderzoeker kan een hogere reductie mogelijk zijn, maar dan is er verdere automatisering nodig om dit praktisch en economisch haalbaar te maken.
Demonstratie emissiemeetapparatuur
Het Proefbedrijf Pluimveehouderij beschikt over verschillende meetsystemen om emissies in kaart te brengen. Tijdens een stalbezoek lichtten de onderzoekers de verschillen tussen deze systemen toe.
FTIR‑ en Axetris‑gasanalyses leveren zeer betrouwbare metingen, maar vragen een hoge investering en gebruikskost. Deze analysers meten de gasconcentraties per afdeling afwisselend, waarbij elke afdeling minstens één keer per uur wordt gemeten.
Daarnaast werken enkele vleeskuikenstallen met aparte sensoren. Deze zijn goedkoper en laten meer continue metingen toe, maar meten minder nauwkeurig. Wie deze sensoren in de praktijk gebruikt, moet ze regelmatig controleren en correct kalibreren. Voor een correcte emissieberekening is ook een nauwkeurige bepaling van het ventilatiedebiet nodig. Daarvoor maken de onderzoekers gebruik van meetwaaiers.
Samen met ILVO werkten ze uitgebreide meet- en kalibratieprotocollen uit voor gasanalysers, sensoren en meetwaaiers.
Project RAMBO
Het project ‘RAMBO’ wil maatregelen en technieken ontwikkelen die varkens- en pluimveehouders in staat stellen om zelf hun ammoniakuitstoot aanzienlijk te verminderen. Er wordt onder andere gekeken naar verbeteringen op het gebied van voeding, huisvesting, stalklimaat en management. Ook de neveneffecten zoals methaan, dierengezondheid en –welzijn worden bekeken.
RAMBO is een project van Interreg Vlaanderen-Nederland, in samenwerking met/gefinancierd door:
