PLUIMVEELOKET

Vraag

Ik zou graag starten met een mobiele kippenstal. Het is echter niet eenvoudig om hiervoor aan informatie te raken. Kunnen jullie mij verder helpen? 

Antwoord

Bouwvergunning / omgevingsvergunning

  • Er mag in landbouwzone altijd een schuilhok gebouwd worden tot 40 m²/ha.
  • Sinds 20 december 2017 (codextrein – art. 67 van het Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving (8 december 2017)) kan in een landbouwgebied een omgevingsvergunning worden afgegeven voor het oprichten van één stal voor weidedieren die geen betrekking heeft op een effectief beroepslandbouwbedrijf indien de stal voldoet aan de volgende voorwaarden:
    • staat binnen een straal van 50 meter van de bedrijfswoning of vergund geachte residentiële woning
    • heeft een maximale kroonlijsthoogte van 3,5 meter
    • heeft een maximale vloeroppervlakte van 120 m² per hectare graasland, met een absoluut maximum van 200m²
  • Een mobiele stal wordt niet beschouwd als een vaste constructie (wanneer ze ook effectief regelmatig verplaatst wordt). Een landbouwer die op het punt staat om te investeren in mobiele stallen, kan best ook eens contact opnemen met de provinciale buitendiensten van het departement Landbouw en Visserij. Er kan advies gevraagd worden aan de vergunningverlener over omgevingsvergunningsaanvragen in agrarisch gebied.
  • Voorts zal een omgevingsvergunning ook afhangen van verschillende andere factoren indien een bedrijf wil starten met een mobiele stal: zijn er reeds dieren, hoeveel dieren en welke diersoort? Is er al een omgevingsvergunning?

Bouwvereisten van de stal

De bouw en de constructie van een mobiele stal staat nergens gereglementeerd. Er bestaan kant-en-klare stallen waar meestal een behoorlijk prijskaartje aan hangt. Voorbeelden zijn https://www.huehnermobil.de/produkte/; https://www.beiser-se.com/poulailler-ou-batiment-mobile-pour-elevage-avicole-en-kit-12-m2.html; https://kippenkar.nl/; https://chickencaravan.com/), maar een zelfgemaakte mobiele stal kan zeker ook voldoen.

Oppervlakte

Een mobiele stal moet natuurlijk wel voldoende groot zijn om aan de oppervlaktenormen voor de dieren te voldoen. Voor biologische vleeskuikens geldt een maximum in mobiele stallen van 16 dieren/m², met maximaal 30 kg levend gewicht/m² (bijlage III van Europese Verordening 889/2008 van de Commissie). Vanaf 1 januari 2021 zullen volgens de nieuwe Europese Bio-Verordening ook zitstokken moeten voorzien worden voor vleeskuikens. Voor de buitenruimte bij mobiele stallen voor biologische vleeskuikens geldt het voorschrift dat elk dier minstens 2,5m² ter beschikking moet hebben, mits het maximum van 170 kg N/ha/jaar niet overschreden wordt. Voor biologische leghennen zijn geen voorschriften opgesteld specifiek voor mobiele stallen. De voorschriften die gelden voor biologische leghennen kunnen worden overgenomen (binnenruimte: maximaal 6 dieren/m²; buitenruimte: 4 m² per dier).

Minimumnormen

Zowel voor vleeskuikens als voor leghennen bestaan Koninklijke Besluiten waarin de minimumnormen ter bescherming van de dieren worden opgenomen. Voor leghennen is dit het KB van 17 oktober 2005. Hierin worden allerlei voorschriften opgesomd, o.a. voor wat betreft water en voeder. Dit KB is geldig voor kippenhouderijen vanaf 350 leghennen. Bij minder dan 350 leghennen, dient te worden voldaan aan de voorschriften van het KB van 1 maart 2000 ter bescherming van de voor landbouwdoeleinden gehouden dieren. Voor vleeskuikens geldt het KB van 13 juni 2010, maar dit is niet van toepassing op pluimveebedrijven met minder dan 500 vleeskuikens. Ook daar geldt dan dat voldaan moet worden aan de voorschriften van het KB van 1 maart 2000.

Definitie verplaatsbaarheid

Er moeten niet noodzakelijk wielen onder de constructie staan. Vaak staat de mobiele stal op een soort van ski’s die in metaal of hout zijn uitgevoerd. De stal wordt dan verplaatst door middel van een tractor die aan de stal wordt gekoppeld. Volgens de Europese Uitvoeringsverordening 2020/464 (26 maart 2020) worden mobiele stallen best regelmatig verplaatst tijdens de productiecyclus zodat er begroeiing beschikbaar blijft voor de dieren. De verplaatsing van de stal gebeurt minstens tussen elke twee partijen (Uitvoeringsverordening (EU) 2020/464), maar als je dit frequenter doet komt dit mogelijks de begroeiing ten goede en wordt de spreiding van mest over het gehele perceel wat geëgaliseerd om puntvervuiling te voorkomen.

Ammoniakemissiearme stal?

Artikel 5.9.2.1 bis van Vlarem II geeft aan dat voor elke nieuwe stal er een verplichting is om ammoniakemissiearm te bouwen. Er is evenwel geen verplichting voor een bedrijf met minder dan 500 stuks pluimvee (men spreekt over het totaal op de inrichting en niet per stal). Voor bio-bedrijven is dit ook niet van toepassing (staat in de O-lijst van ammoniakemissiearme stallen). Maar er is wel een probleem voor bedrijven die al meer dan 500 stuks pluimvee hebben, geen intentie hebben om bio te worden en een bijkomende mobiele stal willen zetten. Technieken die op mobiele stallen kunnen toegepast worden om de ammoniakreductie te behalen, zijn er echter (nog) niet (althans niet volgens mijn huidige kennis).

Wat te doen met de mest?

Bij het verblijf van de dieren in mobiele stallen, zullen de dieren het meeste tijd buiten doorbrengen. De mest valt daar gewoon op de grond in de buitenbeloop. De mest die in de stal valt (op strooisel) moet na elke ronde verwijderd worden en afgezet worden volgens de mestwetgeving. Kleinschalige bedrijven met weinig grond zijn niet aangifteplichtig bij de mestbank (<300 kg fosfaat, of < 2 ha).

Sanitaire verplichtingen

Er gelden geen speciale sanitaire verplichtingen voor mobiele stallen. De algemene sanitaire verplichtingen inzake o.a. Salmonella-controles en/of diverse vaccinaties gelden uiteraard ook in mobiele stallen.

Registratie/stempelen van de eieren

Begin dit jaar werd een gelijkaardige vraag reeds gesteld aan het Pluimveeloket. Lees hier het antwoord.

Meer informatie rond kleinschalige houderij

Onlangs verschenen twee brochures rond kleinschalige leghennen- en vleeskuikenhouderij. Hierin is ook heel wat informatie vinden voor (startende) pluimveehouders (op kleine schaal):

 

Onderstaande personen/instanties werd geconsulteerd en hebben een nuttige bijdrage geleverd bij de formulering van dit antwoord:

  • Tom Van den Bogaert (Vlaamse Overheid – Departement Landbouw & Visserij)
  • Jolien Bracke (ILVO)
  • DGZ

Bronnen

Dit antwoord werd door het Pluimveeloket met de meeste zorg en nauwkeurigheid opgesteld. Er wordt evenwel geen enkele garantie gegeven omtrent de juistheid of de volledigheid van het antwoord op uw vraag. De gebruiker van dit antwoord ziet af van elke klacht tegen het Pluimveeloket, of zijn medewerkers, van welke aard ook, met betrekking tot het gebruik van het gegeven antwoord. In geen geval zal het Pluimveeloket of zijn medewerkers aansprakelijk gesteld kunnen worden voor eventuele nadelige gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van dit antwoord.

Versie:
1
Onderwerp:
Mobiele kippenstal
Datum:
24-08-2020