PLUIMVEELOKET

Vraag

Waar vind ik reductiecijfers voor PM10 en NH3 bij de ammoniakemissiearme stallen voor pluimvee?
Wat zijn de huidige, meest effectieve systemen om fijnstofemissies tegen te gaan voor pluimveestallen?
Wat wordt aangeraden om toe te passen als techniek om fijnstofemissies te reduceren voor pluimveestallen?

Antwoord

Reductiecijfers PM10 en NH3

De emissiefactoren van de traditionele stalsystemen en de ammoniakemissiearme (AEA) stalsystemen zijn te vinden in de bijlage van het MER richtlijnenboek landbouwdieren1 (vanaf p.7). Reducties van de AEA-systemen voor PM10 en NH3 kunnen met deze cijfers berekend worden.

BREF intensieve veehouderij

In het Europese uitvoeringsbesluit 2017/3022 tot vaststelling van BBT-conclusies (Best beschikbare technieken) worden een aantal BBT-conclusies opgesomd voor o.a. de intensieve pluimveehouderij. Deze BBT zijn van toepassing op pluimveebedrijven met meer dan 40.000 plaatsen voor pluimvee.

Voor wat stofemissies betreft, is BBT11 belangrijk. Om stofemissies van elke stal te verminderen, is de best beschikbare techniek één of een combinatie van de opgesomde technieken in BBT11 te gebruiken. Er worden hierbij 3 verschillende soorten technieken opgesomd, namelijk:

  • technieken om de stofproductie in de stallen te verminderen
  • technieken om de stofconcentratie binnen te verminderen
  • technieken om de afvoerlucht door een luchtzuiveringssysteem te behandelen.

In paragraaf 4.3 van het uitvoeringsbesluit worden enkele technieken om stofemissies te reduceren in detail beschreven.

BBT27 en BBT28 (in geval van luchtbehandelingstechnieken) handelen over het monitoren van de stofemissie. In paragraaf 4.9.2 van het uitvoeringsbesluit wordt hier wat meer in detail op ingegaan.

 

Meest effectieve systemen

Onder andere in Nederland wordt heel wat onderzoek gedaan naar de reductie van fijnstof in/uit stallen. Via het Kenniscentrum InfoMil (centraal informatiepunt voor wet- en regelgeving binnen het omgevingsdomein) is veel informatie terug te vinden.

Bij de technieken die betrekking hebben tot de reductie van fijnstof, zijn 2 grote subcategorieën te onderscheiden:

  • technieken die erop gericht zijn om de emissie van fijnstof te voorkómen door technieken in de stal (aanpak bij de bron)
  • technieken die ervoor zorgen dat het fijnstof (dat in de stal werd gevormd) niet uit de stal ontsnapt (zuivering van de uitgaande lucht) (end-of-pipe)

Er zijn verschillende technieken in de veehouderij (daarom niet noodzakelijk toepasbaar bij pluimvee) die mogelijks kunnen gebruikt worden ter reductie van fijnstof. InfoMil geeft een overzicht3 weer waarbij telkens werkingsprincipe, toepasbaarheid, benodigde arbeid en kosten vermeld wordt. Het gaat om volgende technieken: strooiselschuif, olierobot of monorail, negatieve ionisatie, oliefilm drukleidingen, oliefilm sproeikoppen, ionisatie en luchtrecirculatie, luchtwasser, warmtewisselaar, droogfilterwand, mestdroogsysteem, positieve ionisatie, warmtewisselaar met stoffilter, warmtewisselaar met luchtmengsysteem, droogtunnel, en biofilter. Bij elk van deze technieken staat ook telkens de bron (en het jaartal) vermeld waar deze informatie werd gehaald.

Projectstudie PEV: Testen van 10 fijnstofreductie-technieken in pluimveestallen

In het voorjaar van 2017 werd in Nederland het Praktijkcentrum Emissiereductie Veehouderij (PEV) opgericht. Dit is een onderdeel van het Poultry Expertise Centre in Barneveld (NL). Innovators konden zich melden bij het PEV met nieuwe, perspectiefvolle technieken om fijnstof in de pluimveestallen te reduceren en deel te nemen aan een grote teststudie. In deze studie die momenteel nog lopende is, werden 10 van deze innovatieve technieken uitgeselecteerd op basis van haalbaarheid, betaalbaarheid, toepasbaarheid in nieuwe én bestaande stallen en of er ook sprake is van een verbetering van het binnenklimaat4 (tabel 1).

Oplijsting technieken

 

Tabel1: 10 geselecteerde innovatieve technieken ter reductie van fijnstof in pluimveestallen die werden opgenomen in de projectstudie van PEV (Bron: Presentatie Jan Workamp (PEV)5)

 

De eerste techniek “Animal Live Plus Poultry (ALP)” werd uiteindelijk nog niet getest in de studie. Deze werkt op basis van besproeiing met micro-organismen maar er zijn nog wat vragen omwille van de veiligheid ervan (gebruik van micro-organismen in de stal). Ook over de Aquamar-techniek zijn nog wat vragen, die voorlopig nog geen antwoord kennen. Deze werd daarom ook niet verder meegenomen in de studie.

Voorlopige resultaten – indeling in reductieklassen

Tijdens het fijnstofevent dat op 13 februari 2019 werd georganiseerd door PEV, Agrivaknet en Agrio in Barneveld (NL), werden de voorlopige resultaten van deze 10 technieken voorgesteld door onderzoeker Hilko Ellen6 (Wageningen Universiteit). Bij sommige technieken werden soms nog maar 2 fijnstofmetingen gedaan terwijl er 6 worden voorzien in het protocol. Het gaat dus om voorlopige resultaten die statistisch nog niet bewezen werden.

Van alle geteste technieken werden ook steeds de (voorlopige) voor- en nadelen opgesomd in de presentatie van Hilko Ellen6. Deze presentatie kan via deze link integraal worden geraadpleegd en bevat ook de meningen van de bedrijven waar de techniek getest werd.

De (voorlopige) reducties in fijnstof die werden bekomen door de technieken worden in tabel 2 samengevat. Deze worden weergegeven in klassen (<20%; 20-30%, 30-40%, >40%) omdat er nog geen exacte reductiepercentages kunnen worden weergegeven door het beperkte aantal metingen. Door de resultaten in te delen in klassen, kan er wel al een idee gegeven worden van hun mogelijk potentieel. De definitieve rapporten worden verwacht in juli/augustus 2019.

Voorlopige resultaten

 

Tabel 2: Voorlopige resultaten reductie fijnstof (Bron: Presentatie Hilko Ellen6 (WUR))

 

Uit deze voorlopige resultaten zou men kunnen zeggen dat er 4 technieken zorgen voor een fijnstofreductie van meer dan 40%, nl. Granovi, Inno+, Serutech-Agri/Optiklep en VEKO. Volgens Ellen zijn de meeste technieken wel perspectiefvol, maar moeten er nog verdere testen gebeuren.

Kostprijs

Voor een pluimveehouder is niet enkel de effectiviteit van de techniek belangrijk, maar uiteraard ook de kostprijs. De kosten kunnen worden opgedeeld in investeringskosten en jaarlijkse kosten. De investeringen variëren van € 0,10 tot € 3,5 per dierplaats (opm. Inno+ zorgt voor reducties >90%) (figuur 1)

Investeringskost

 

Fig. 1: Investeringskosten van de verschillende technieken (presentatie Hilko Ellen6 (WUR))

 

De jaarlijkse kosten variëren van een paar eurocent tot €0,50 per dierplaats (figuur 2). Er zijn technieken met hoge kosten maar ook hoge reducties (bvb. Inno+ zit soms met reductiepercentages tot boven de 90%). De kosten worden daarom ook weergegeven per 10% voorlopige reductie. Op die manier worden de verschillen tussen de technieken kleiner.

Nota: Tijdens het fijnstofevent werd door Ruud Zanders, mede-oprichter van de Kipster-stal wel gezegd dat zij in een tweede Kipster-stal zeer waarschijnlijk niet meer zullen werken met de Inno+-techniek7. Ondanks het feit dat Inno+ zeer hoge fijnstofreductiepercentages haalt, is het zeer moeilijk en zeer arbeidsintensief om de filters weer schoon te krijgen. Dit kost momenteel nog té veel tijd en is een duidelijk werkpunt voor de firma.

Jaarlijkse kost

 

Fig.2: Jaarlijkse kosten, weergegeven in totaal en per 10% (voorlopige) reductie (Bron: Presentatie Hilko Ellen6 (WUR))

 

Zoals gezegd gaat het in de Nederlandse studie van PEV om voorlopige resultaten. Het is dus momenteel nog zeer moeilijk om correct advies te geven in welke reductietechniek nu het beste geïnvesteerd wordt in Vlaamse pluimveestallen. De definitieve rapporten van deze studie volgen deze zomer.

Wel moet ook rekening gehouden worden met het feit dat dit een Nederlands onderzoek is. Het is niet omdat een bepaalde techniek in Nederland toegelaten wordt, deze ook automatisch in België groen licht krijgt.

 

Onderstaande personen werden geconsulteerd en hebben een nuttige bijdrage geleverd bij de formulering van dit antwoord:

  • Eva Brusselman (ILVO)
  • Hilko Ellen (WUR)
  • Suzy Van Gansbeke (Departement Landbouw & Visserij)

 

Bronnen:
1
Bijlage van het MER-richtlijnenboek

2
Europees uitvoeringsbesluit 2017/302 tot vaststelling van BBT-conclusies 
3Kenniscentrum InfoMil:
www.infomil.nl
4 Persinformatie fijnstofevent Barneveld (13/02/2019) door PEV, Agrivaknet en Agrio
5 Presentatie Jan Workamp fijnstofevent Barneveld (13/02/2019)
6Presentatie Hilko Ellen, fijnstofevent Barneveld (13/02/2019)
7 Presentatie Ruud Zanders – fijnstofevent Barneveld (13/02/2019)

Dit antwoord werd door het Pluimveeloket met de meeste zorg en nauwkeurigheid opgesteld. Er wordt evenwel geen enkele garantie gegeven omtrent de juistheid of de volledigheid van het antwoord op uw vraag. De gebruiker van dit antwoord ziet af van elke klacht tegen het Pluimveeloket, of zijn medewerkers, van welke aard ook, met betrekking tot het gebruik van het gegeven antwoord. In geen geval zal het Pluimveeloket of zijn medewerkers aansprakelijk gesteld kunnen worden voor eventuele nadelige gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van dit antwoord.

Versie:
1
Onderwerp:
Fijnstofemissies pluimveestallen
Datum:
22-02-2019